normaal immunoglobuline (iv) (2023)

immunoglobulinen J06BA02

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Flebogamma DIF Pharmanovia Benelux BV

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml, 200 ml, 400 ml

De oplossing bevat 50 g eiwit per liter (5%), waarvan ten minste 97% bestaat uit IgG en geringe hoeveelheden IgA (< 0,05 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Gammagard S/D Takeda Nederland bv

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
5 g met solvens 100 ml, 10 g met solvens 200 ml

Bevat na oplossing 50 g eiwit per liter (5%). De eiwitfractie bevat ten minste 90% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 3 microg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Gamunex Pharmanovia Benelux BV

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
50 ml, 100 ml, 200 ml

De infusievloeistof bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 98% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,084 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Intratect Twin Pharma

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
20 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml

De oplossing bevat 50 g eiwit/liter (5%). De eiwitfractie bevat ten minste 96% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,9 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Intratect XGVS Twin Pharma

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
10 ml, 50 ml, 100 m l, 200 ml

De oplossing bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 96% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 2 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Kiovig Takeda Nederland bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
10 ml, 25 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml, 300 ml

De infusievloeistof bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 98% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,14 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Nanogam Prothya Biosolutions Netherlands B.V.

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
50 ml, 100 ml, 200 ml, 400 ml

De oplossing bevat 50 g eiwit/liter (5%). De eiwitfractie bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 6 microgram/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
25 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml, 300 ml

De oplossing bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 12 microgram/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

(Video) What is IVIG?

Octagam EuroCept bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
50 ml, 100 ml, 200 ml

De oplossing bevat 50 g eiwit/liter (5%). De eiwitfractie bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,2 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
20 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml

De oplossing bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,4 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Panzyga XGVS Octapharma GmbH

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml, 25 ml, fles 50 ml, 60 ml, 100 ml, 200 ml, 300 ml

De oplossing bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 95% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,3 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Privigen CSL Behring bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
25 ml, 50 ml, 100 ml, 200 ml, 400 ml

De infusievloeistof bevat 100 g eiwit/liter (10%). De eiwitfractie bevat ten minste 98% IgG en geringe hoeveelheden IgA (≤ 0,025 mg/ml). De subklassensamenstelling komt vrijwel overeen met die van normaal plasma.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

normaal immunoglobuline (iv) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Normaal immunoglobuline i.v. kan bij de genoemde indicaties worden voorgeschreven.

Indicaties

Flebogamma DIF (> 2 j.), Gamunex, Intratect, Kiovig, Nanogam, Octagam, Panzyga, Privigen

  • Als substitutietherapie bij:
    • Primaire immunodeficiëntie-syndromen (PID's) met een verminderde productie van antilichamen;
    • Secundaire immunodeficiëntie bij ernstige of recidiverende infecties, falen van behandeling met antibiotica en bewezen falen van specifieke antilichamen (PSAF) of een lage IgG serumspiegel < 4 g/l.
  • Als immunomodulatie bij:
    • (Primaire) immuungemedieerde trombocytopenie (ITP) bij veel kans op bloedingen of vóór een operatieve ingreep ter correctie van het bloedplaatjesgehalte;
    • Guillain-Barrésyndroom;
    • Ziekte van Kawasaki;
    • Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP);
    • Multifocale motorische neuropathie (MMN).
  • Gamunex ook: ernstige acute exacerbatie van myasthenia gravis bij volwassenen.
  • Octagam ook: actieve dermatomyositis bij volwassenen die worden behandeld met immunosuppressiva, waaronder corticosteroïden, of met intolerantie of contra-indicaties voor deze middelen.

Gammagard S/D

  • Als substitutietherapie bij:
    • Primaire immunodeficiëntie-syndromen met een verminderde productie van antilichamen (zoals aangeboren hypo- en agammaglobulinemie, gewone variabele immunodeficiëntie, ernstige gecombineerde immunodeficiëntie, Wiskott-Aldrichsyndroom);
    • Secundaire immunodeficiëntie (zoals secundaire hypo-gamma-globulinemie) bij:
      • chronische lymfatische leukemie (CLL) met recidiverende bacteriële infecties, wanneer profylactische antibiotica faalden;
      • multipel myeloom (in de plateaufase) met recidiverende bacteriële infecties wanneer geen reactie is verkregen op een pneumokokkenvaccinatie;
      • patiënten na een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT).
    • Congenitale AIDS en daarbij recidiverende bacteriële infecties.
  • Als immunomodulerende therapie bij:
    • (Primaire) immuungemedieerde trombocytopenie (ITP) bij veel kans op bloedingen of vóór een operatieve ingreep ter correctie van het bloedplaatjesgehalte;
    • Guillain-Barrésyndroom;
    • Ziekte van Kawasaki;
    • Multifocale motorische neuropathie (MMN).

Doseringen

De dosis en het doseerschema hangen af van de indicatie, halveringstijd, ernst van de ziekte en de leeftijd van de patiënt. De genoemde doseringen gelden als richtlijn.

Vóór toediening zorgen voor een adequate hydratie en urineproductie.

Flebogamma DIF niet geven aan kinderen van 0–2 jaar.

Klap alles openKlap alles dicht

Primaire immunodeficiëntie

Volwassenen en kinderen

Aanvangsdosis: 400–800 mg/kg lichaamsgewicht eenmalig, gevolgd door 200–800 mg/kg lichaamsgewicht elke 3–4 weken om een IgG–dalspiegel te bereiken van ten minste 6 g/l of een concentratie die valt binnen het normaalbereik voor de leeftijdsgroep. Beoordeel de dalspiegel in samenhang met de incidentie van infectie. Verhoog eventueel de dosering voor hogere dalspiegels om de frequentie van bacteriële infecties te verminderen. Na aanvang van de therapie duurt het 3–6 maanden voordat een evenwichtstoestand ontstaat.

Secundaire immunodeficiëntie (bv. hypo-γ-globulinemie)

Volwassenen en kinderen

200–400 mg/kg lichaamsgewicht elke 3–4 weken om een IgG–dalspiegel te bereiken van ten minste 6 g/l. Beoordeel de dalspiegel in samenhang met de incidentie van infectie. Verhoog eventueel de dosering bij aanhoudende infectie.

(Video) Subcutaneous Immunoglobulin (SCIG) Self Administration Infusion

Substitutietherapie bij kinderen met congenitale aids en recidiverende bacteriële infecties

Kinderen

200–400 mg/kg lichaamsgewicht elke 3–4 weken.

Na allogene beenmergtransplantatie

Volwassenen en kinderen

In het algemeen: Flebogamma DIF, Gammagard, Gamunex, Intratect, Kiovig, Nanogam, Privigen: 200–400 mg/kg lichaamsgewicht elke 3–4 weken.

Bij de behandeling van infecties en profylaxe van graft–versus–hostreactie: Gammagard: 500 mg/kg lichaamsgewicht per week, vanaf dag 7 vóór de transplantatie tot 3 maanden na transplantatie. Bij aanhoudend tekort aan antilichamen: 500 mg/kg lichaamsgewicht per maand tot de spiegel van antilichamen normaal is.

Immuun-trombocytopenie

Volwassenen en kinderen

Acute aanval: 800–1000 mg/kg lichaamsgewicht op dag 1; deze dosis eventueel binnen 3 dagen eenmaal herhalen. Een andere behandelmogelijkheid is 400 mg/kg lichaamsgewicht per dag gedurende 2–5 opeenvolgende dagen. De behandeling eventueel herhalen als een terugval optreedt.

Ziekte van Kawasaki

Volwassenen en kinderen

2,0 g/kg lichaamsgewicht in één dosis. In combinatie met acetylsalicylzuur geven.

Guillain-Barrésyndroom

Volwassenen en kinderen

400 mg/kg lichaamsgewicht per dag gedurende 5 dagen. De behandeling eventueel herhalen als een terugval optreedt.

Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie

Volwassenen en kinderen

Flebogamma DIF, Gamunex, Intratect, Kiovig, Nanogam, Octagam, Panzyga, Privigen: begindosis: 2,0 g/kg lichaamsgewicht in verdeelde doses gedurende 2–5 opeenvolgende dagen. Onderhoudsdosis: 1,0 g/kg lichaamsgewicht elke 3 weken, toegediend in 1 dag of verdeeld over twee doses van 0,5 g/kg lichaamsgewicht in 2 opeenvolgende dagen. Evalueer effect na elke cyclus. Zo nodig dosering en toedieningsinterval aanpassen op geleide van de respons. Bij onvoldoende respons na 6 maanden de behandeling staken.

(Video) IVIG ( iv immunoglobulin ) composition

Multifocale motorische neuropathie

Volwassenen en kinderen

Flebogamma DIF, Gamunex, Intratect, Kiovig, Nanogam, Octagam, Panzyga en Privigen: begindosis: 2,0 g/kg lichaamsgewicht in verdeelde doses gedurende 2–5 opeenvolgende dagen. Onderhoudsdosis: 1,0 g/kg lichaamsgewicht elke 2–4 weken óf 2,0 g/kg lichaamsgewicht elke 4–8 weken in verdeelde doses gedurende 2-5 opeenvolgende dagen. Gammagard: 400 mg/kg lichaamsgewicht per dag gedurende 5 opeenvolgende dagen. Evalueer effect na elke cyclus. Zo nodig dosering en toedieningsinterval aanpassen op geleide van de respons. Bij onvoldoende respons na 6 maanden de behandeling staken.

Myasthenia gravis

Volwassenen

Gamunex: bij ernstige acute exacerbatie 2,0 g/kg lichaamsgewicht verdeeld over 2 opeenvolgende dagen (1,0 g/kg lichaamsgewicht per dag).

Dermatomyositis

Volwassenen

Octagam 2,0 g/kg lichaamsgewicht verdeeld in gelijke doses over 2–5 opeenvolgende dagen elke 4 weken. Bij onvoldoende respons na 6 maanden de behandeling staken. Infusiesnelheid ≤ 0,04 ml/kg/min vanwege een verhoogd risico op trombo-embolie.

Bij risicofactoren voor trombo–embolische ziekten, of voor acuut nierfalen, toedienen in een zo laag mogelijke dosering en met een zo laag mogelijke infusiesnelheid.

Bij verminderde leverfunctie er is geen dosisaanpassing nodig.

Toediening

  • Uitsluitend intraveneus toedienen.
  • De infusiesnelheden zijn productafhankelijk; deze nauwkeurig opvolgen. Raadpleeg de officiële productinformatie CBG/EMA, zie hiervoor de link onder 'Zie ook'.
  • Bij patiënten die het voor het eerst krijgen, of bij gebruik na een relatief lange tijd na de vorige infusie, of bij overstap naar een ander i.v.-IgG–product starten met een lage infusiesnelheid en de patiënt nauwgezet volgen tot een uur na de eerste infusie; andere patiënten tot ten minste 20 minuten na toediening.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn (incl. sinushoofdpijn, migraine, spanningshoofdpijn). Misselijkheid, braken, diarree. Hoest. Huidaandoeningen incl. jeuk, urticaria. Pijn in een ledemaat, rug, nek, gewricht, aangezicht. Koorts, rillingen, vermoeidheid, griepachtige ziekte (waaronder nasofaryngitis, faryngolaryngeale pijn, blaarvorming in de orofarynx, beklemming van de keel).

Vaak (1-10%): tachycardie, palpitaties, hypotensie, hypertensie, (overmatig) blozen of zweten, opvliegers, vasculitis, hyperemie, nachtzweten. Dyspneu (incl. borstpijn en pijnlijke ademhaling), bronchitis, rinorroe. Buikpijn, dyspepsie. (Draai–)duizeligheid. Asthenie, malaise, rigor. Lymfadenopathie. Botpijn, spierpijn, -spasmen en -stijfheid. Conjunctivitis. Angst, slapeloosheid. Overgevoeligheidsreactie, jeuk, urticaria, dermatitis, erytheem, maculopapuleuze uitslag, schilferende huid. Hemolyse, (hemolytische) anemie, anisocytose (incl. microcytose), leukopenie. Verlaagde hematocrietwaarde. Hyperbilirubinemie, verhoogde waarden van ALAT, ASAT, LDH. Zwelling en pijn op de toedieningsplaats.

Soms (0,1-1%): aseptische meningitis (zie ook de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen), somnolentie, paresthesie, tremor, evenwichtsstoornis, geheugenverlies, spraakstoornis, smaakstoornis, prikkelbaarheid. Koud gevoel in de ledematen, hypothermie, oppervlakkige (trombo)flebitis. Pijn op de borst. trombose, CVA, cerebraal infarct. (Verergering van) astma, bloedneus. Stomatitis, abdominale distensie. Angio-oedeem, erythemateuze huiduitslag, papuleuze huiduitslag, dermatitis, eczeem, koud zweet, blauwe plekken, fotosensibilisatie. Infecties zoals (chronische) sinusitis, bovensteluchtweginfectie, infectie van de urinewegen, schimmelinfectie. Oogpijn, zwelling van het oog, wazig zien, fotofobie, maculopathie. Oorpijn, vloeistof in middenoor. Spierkrampen en spierzwakte (bij MMN). Anorexie. Schildklierstoornis. Trombocytose, neutropenie, verlaagd hemoglobine, Coombs-test positief. Verhoogde waarden van cholesterol, creatinine in het bloed, ureum en proteïnurie.

Zeer zelden (< 0,01%): transfusiegerelateerde acute longschade (TRALI; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen). TIA, myocardinfarct. (Pseudo)hyponatriëmie, hyponatriëmische encefalopathie bij infusie van intraveneuze vloeistoffen die glucose bevatten.

Verder zijn gemeld: anafylactoïde of anafylactische reactie (incl. shock, meer kans bij IgA-deficiëntie of IgA-antistoffen). Cutane lupus erythematodes. Cyanose, (niet–cardiogeen) longoedeem, longembolie. Trombocytopenie. Hepatitis. Nierfalen. Alopecia, oedeem.

Toediening tijdens een infectie leidt soms na enige uren tot een algeheel gevoel van malaise en verhoging van de lichaamstemperatuur tot 39–40°C. In de regel verdwijnt dit na 24 uur. Acute nierfunctiestoornis is gemeld, veelal bij patiënten met risicofactoren zoals reeds bestaande nierfunctiestoornis, hogere leeftijd (> 65 j.), diabetes mellitus, hypovolemie, overgewicht en gebruik van nefrotoxische middelen.

Bij baby's en jonge kinderen met (niet-gediagnosticeerde) fructose-intolerantie geeft de hulpstof sorbitol soms aanleiding tot een fataal verlopende reactie.

Bij Privigen® is na een wijziging in het productieproces (vermindering van isoagglutininen) uit een veiligheidsstudie gebleken dat er minder gevallen van hemolytische anemie optreden ten opzichte van vóór deze wijziging. Zie voor details de productinformatie via CBG/EMA.

Interacties

Immunoglobulinen kunnen de immuunrespons op levende virusvaccins (mazelen-, bof-, varicella- of rubellavaccin) verminderen. Vaccinatie tot ten minste drie maanden na de toediening van immunoglobuline uitstellen, bij mazelen kan dit tot een jaar zijn (afhankelijk van de dosis immunoglobuline). Als binnen 2 weken na vaccinatie met een levend virusvaccin toediening van een immunoglobuline noodzakelijk is, drie maanden (bij mazelenvaccin tot 1 jaar) daarna revaccineren.

(Video) Intravenous Immune Globulin (IVIG)

Comedicatie met lisdiuretica vermijden in verband met de kans op acuut nierfalen vanwege onvoldoende hydratie van de patiënt. Ook comedicatie met nefrotoxische geneesmiddelen vermijden.

Zwangerschap

IgG passeert de placenta.

Teratogenese: Langdurige klinische ervaring heeft aangetoond dat er geen schadelijke effecten op het verloop van de zwangerschap, bij de foetus en bij het pasgeboren kind zijn te verwachten. Wanneer het tijdens de bevalling wordt toegediend, met name in combinatie met oxytocine, is er meer kans op hyponatriëmie.

Advies: Kan worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: IgG gaat over in de moedermelk en levert zo een bijdrage aan de overdracht van beschermende antistoffen aan de pasgeborene. Er worden geen negatieve effecten verwacht.

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • In het algemeen: overgevoeligheid voor humane immunoglobulinen, vooral bij selectieve IgA-deficiëntie waarbij anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond;
  • Flebogamma DIF: fructose–intolerantie, kinderen tot 2 jaar;
  • Nanogam: niet-gecompenseerde diabetes, andere bekende glucose–intoleranties, hyperosmolair coma, hyperglykemie en hyperlactatemie.
  • Privigen: hyperprolinemie type I of II.

Waarschuwingen en voorzorgen

Overgevoeligheidsreacties komen zelden voor. Anafylaxie kan optreden bij patiënten met niet detecteerbare IgA die antilichamen tegen IgA hebben of die een eerdere behandeling met humane normale immunoglobuline goed hebben verdragen.

Sommige bijwerkingen kunnen vaker optreden: bij hoge infusiesnelheid, bij patiënten met hypo- of agammaglobulinemie met of zonder IgA-deficiëntie, bij patiënten die voor het eerst humane normale immunoglobuline krijgen, bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie of een onbehandelde infectie of onderliggende ontsteking hebben. Mogelijke complicaties kunnen vaak voorkómen worden door aanvankelijk langzaam te infunderen en patiënten tijdens de infusie zorgvuldig te bewaken: nieuwe patiënten, patiënten die eerder een ànder immunoglobulineproduct hebben gekregen en patiënten bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie tot een uur na de eerste infusie en andere patiënten tot ten minste 20 minuten na toediening.

Er is waarschijnlijk een verband met trombo-embolische aandoeningen die bij risicopatiënten veroorzaakt kunnen worden door een relatieve toename van de bloedviscositeit door de hoge instroom van Ig. Wees daarom voorzichtig bij aanwezige risicofactoren zoals overgewicht hoge leeftijd, langdurige immobilisatie, hypertensie, diabetes mellitus, dermatomyositis, (een voorgeschiedenis van) trombotische incidenten, meerdere cardiovasculaire risicofactoren, ernstige hypovolemie, oestrogeengebruik, verhoogde bloedviscositeit, aanwezigheid van intravasculaire verblijfskatheters (bv. centrale lijn) en wanneer hoge doses of een hoge infusiesnelheid worden gebruikt.

Niet-cardiogeen longoedeem kan optreden en kan wijzen op transfusiegerelateerde acute longschade (TRALI). TRALI wordt gekenmerkt door longoedeem, hypoxemie, ernstige ademnood, koorts bij een normale linkerventrikelfunctie. De symptomen treden doorgaans tijdens of in de eerste zes uur na een transfusie op, vaak binnen één tot twee uur. Controleer op pulmonale bijwerkingen, zo nodig behandelen met zuurstof en adequate ondersteuning van de ademhaling.

Acuut nierfalen kan optreden, in de meeste gevallen bij risicofactoren (bestaande nierinsufficiëntie, diabetes mellitus, hypovolemie, overgewicht, leeftijd > 65 jaar, gelijktijdig gebruik van nefrotoxische geneesmiddelen, sepsis, paraproteïnemie). Nierinsufficiëntie en acuut nierfalen zijn in verband gebracht met producten met hulpstoffen zoals glucose, maltose en met name sucrose. Overweeg bij risicopatiënten producten zonder deze hulpstoffen. Ter preventie van acuut nierfalen bij alle patiënten vóór toediening zorgen voor adequate hydratie, bewaking van de urineproductie, bewaking van serumcreatinine-niveaus, vermijden van gelijktijdig gebruik van lisdiuretica. Bij patiënten met risicofactoren de laagst haalbare infusiefrequentie en dosis gebruiken. Bij een verminderde nierfunctie, staken van de toediening overwegen.

Er is meer kans op aseptische meningitis syndroom (AMS) bij gebruik van hoge doses (2 g/kg); de symptomen ervan treden gewoonlijk op binnen enkele uren tot twee dagen na de behandeling en verdwijnen (zonder restverschijnselen) binnen enkele dagen na staken van de behandeling. De liquor cerebrospinalis laat vaak pleiocytose zien, voornamelijk van granulocytaire oorsprong en daarnaast verhoogde eiwitconcentraties (tot enkele honderden mg/dl). Sluit andere oorzaken van meningitis uit.

De intraveneuze IgG–producten kunnen bloedgroepantistoffen bevatten die kunnen dienen als hemolysinen; dit kan een positieve Coombs-test geven en in zeldzame gevallen hemolyse. De patiënt controleren op klinische tekenen van hemolyse; indien aanwezig overwegen de behandeling te staken. Risicofactoren voor hemolyse zijn: hoge doses IgG, andere bloedgroep dan O, onderliggende ontsteking. Kinderen met de ziekte van Kawasaki hebben bij gebruik van hoge doses eveneens meer kans op hemolyse.

De kans op overdracht van infectieuze agentia kan niet geheel worden uitgesloten.

Na injectie met immunoglobulinen kan de tijdelijke stijging van de titer van de passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot fout-positieve resultaten bij serologisch onderzoek of bij de detectie van β-D-glucanen voor de diagnose van schimmelinfecties (dit kan weken aanhouden).

Een tijdelijke neutropenie en/of episoden van neutropenie kunnen optreden, soms ernstig, gewoonlijk binnen uren of dagen na toediening en verdwijnen spontaan binnen 7–14 dagen.

Hulpstoffen

  • Glucose: Intraveneuze toediening van glucose (Nanogam) kan verstoring van de elektrolytenbalans geven, met name hypo- of hyperosmotische hyponatriëmie. Acute hyponatriëmie kan leiden tot acuut hersenoedeem en levensbedreigend, mogelijk irreversibel, hersenletsel. Overweeg controle van de vloeistofbalans, bloedglucose en serumelektrolyten (met name natrium) voor en tijdens de behandeling. Ook kan i.v.-toediening van glucose hyperglykemie en/of hyperosmolair syndroom veroorzaken. Bij hyperglykemie de infusiesnelheid aanpassen en/of insuline toedienen en zonodig parenterale supplementen met kalium geven. Voorzichtig zijn bij toedienen van intraveneuze oplossingen met 5% glucose aan patiënten met verminderde glucose-tolerantie (zoals bij diabetes mellitus, nierfalen, of in aanwezigheid van sepsis, trauma of shock), ernstige ondervoeding, thiamine-tekort bv. bij patiënten met chronisch alcoholisme (risico op ernstige melkzuuracidose als gevolg van verminderde oxidatieve metabolisering van pyruvaat), en ischemisch CVA of ernstig traumatisch hersenletsel. Pasgeborenen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van hypo- of hyperglykemie; controleer bloedglucose om mogelijke bijwerkingen op de lange termijn te voorkomen. Wees voorzichtig met glucose, in Gammagard S/D en Nanogam, bij diabetes mellitus, vanwege het suikergehalte.
  • Maltose: sommige typen bloedglucosemeter meten de maltose (in Octagam) ten onrechte als glucose. Dit kan gedurende ca. 15 uur na de infusie leiden tot onjuist verhoogde bloedglucose–uitslagen met een, soms fatale, hypoglykemie tot gevolg.
  • Natrium: wees voorzichtig met natrium, in Gammagard S/D en Panzyga, bij een natriumarm dieet.

Overdosering

Symptomen

Volumeoverbelasting en hyperviscositeit, vooral bij patiënten met hartfalen, nierinsufficiëntie of bij ouderen.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met intraveneus toegediende immunoglobulinen contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

De voor intraveneuze toediening geschikte normale immunoglobulinepreparaten zijn bereid uit plasma van menselijke donoren en bevatten voornamelijk functioneel intacte immunoglobulinen G (IgG) met een breed spectrum aan antilichamen tegen infectieuze agentia. Bevat derhalve de IgG-antilichamen die aanwezig zijn in de normale populatie. Kan abnormaal lage IgG-niveaus herstellen tot normaal. Het werkingsmechanisme bij andere indicaties dan substitutietherapie is niet volledig verklaard, maar omvat immunomodulatoire effecten.

(Video) IG Pooling

Kinetische gegevens

Overig na i.v.-toediening direct en volledig beschikbaar met een relatief snelle verdeling over plasma en extravasculaire vloeistof.
Metabolisering in de cellen van het reticulo–endotheliale systeem.
T 1/2el 21–41 dagen (volwassenen), 40–45 bij kinderen en adolescenten.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

normaal immunoglobuline (iv) hoort bij de groep immunoglobulinen.

  • bezlotoxumab (J06BC03) Vergelijk
  • casirivimab/imdevimab (J06BD) Vergelijk
  • cytomegalovirus-immunoglobuline (J06BB09) Vergelijk
  • hepatitis B-immunoglobuline (J06BB04) Vergelijk
  • normaal immunoglobuline (im en sc) (J06BA01) Vergelijk
  • palivizumab (J06BD01) Vergelijk
  • regdanvimab (J06B) Vergelijk
  • rhesus(D)immunoglobuline (J06BB01) Vergelijk
  • tetanusimmunoglobuline (J06BB02) Vergelijk
  • tixagevimab/cilgavimab (J06BD03) Vergelijk
  • normaal immunoglobuline (iv) vergelijken met een ander geneesmiddel.
  • Vergelijk de kosten van bovenstaande middelen onderling.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

  • immunoglobulinen

Externe links

FAQs

How do I know if IVIg is working? ›

If IVIg is to have an effect on your myasthenia, it may take up to 4 weeks for you to notice any improvement in your symptoms. Some people, however, do not respond to this treatment. If this is the case, you and your doctor will discuss alternatives.

What is immune globulin intravenous used to treat? ›

IVIG is used for certain rheumatologic diseases including Kawasaki's disease in children. It also may be employed in the treatment of inflammatory muscle diseases including dermatomyositis, polymyositis, and juvenile dermatomyositis.

What is the success rate of IVIg? ›

Treatment in adult ITP usually consists of high-doses of IVIg, usually 1–2 g/kg given as one bolus dose or over 4 to 5 days. Success rates vary but in adults with acute ITP, response rates are around 60% but often the response is transient.

How long does an IVIg infusion last? ›

IVIG generally takes about 3 hours for the infusion to be completed. This estimate only includes the time that it takes for the medication to go into your body; it will take additional time to prepare supplies and medications and to place the IV catheter. If your body reacts to the infusion, it will take longer.

Do you have to take IVIG forever? ›

The replacement of human immunoglobulin IgG is a treatment method used in the case of a deficiency of this antibody class. In the case of primary immunodeficiency (PID), treatment has to be continued lifelong.

How do I feel better after IVIG? ›

Pre and Post IVIG Treatment Medications

If you experience any of the side effects listed above, you may be given medications to alleviate the symptoms after your treatment session: Acetaminophen or Ibuprofen is often given to relieve headaches and fever symptoms, including high body temperatures and body aches.

Can IVIg cause liver damage? ›

According to a report at the 2014 China Conference,[15]6.7% (13/195) of children had this condition.In our study,the incidence of liver damage after IVIG treatment of KD patients with effective IVIG treatment was 10.8% Page 8 Page 8/16 (193/1786).

How much does IVIg cost without insurance? ›

Is IVIg Treatment Expensive? What Will My Insurance Cover? IVIg is reported to cost $9,270 per infusion (average price). Patients typically receive 4-5 infusions per month.

How often is IVIg administered? ›

The IVIG dose is dependent on the recipient's clinical condition and response to the treatment. The IVIG replacement therapy is generally given every three to four weeks at an approximate dose of 400-500 mg/kg/dose.

Can IVIg cure autoimmune disease? ›

Abstract. Intravenous immunoglobulin (IVIg) is used to treat a number of immune-deficiencies and autoimmune diseases. It has been shown that IVIg contains anti-idiotypic antibodies, which explains its immunomodulatory action.

How many IVIg treatments do I need? ›

IVIG is typically given every three-four weeks at a dose determined by the prescriber. Infusions can be given in various settings including an inpatient or outpatient infusion suite, physician office, or in the home.

Does IVIg stop inflammation? ›

When administered at a high dose, IVIg inhibits inflammation and has proven efficacy in the treatment of various autoimmune and systemic inflammatory diseases. Importantly, IVIg therapy can ameliorate both auto-antibody-mediated and T-cell mediated immune pathologies.

What happens when you stop IVIg treatments? ›

Forty-two percent of the patients who stopped the treatment reported a clinical deterioration after suspension and had to restart IVIg. This study demonstrated that in selected cases it is possible to successfully stop the chronic IVIg treatment, even in patients who have been treated for several years.

How long do you feel sick after IVIg? ›

It is not uncommon for patients to experience systemic symptoms with IVIG, both during the infusion and for 24-48 hours afterwards. This may be affected by the dose and rate of administration.

How much is IVIg cost? ›

The therapy reduces the number of infections but does not completely prevent all infections. In addition, patients require regular infusions, which affects their quality of life. The financial burden is also significant: The treatment costs between $30,000 and $90,000 in the U.S.

How long does it take for IVIg to kick in? ›

IVIg should start to work within a few weeks, but this will vary depending on which condition you have and how you respond to the treatment. If IVIg works for you, the effects can last for a few months.

Does IVIg cure neuropathy? ›

High-dose intravenous immunoglobulin (IVIg) is effective in the treatment of idiopathic autoimmune neuropathies including Guillain-Barré syndrome (GBS), chronic inflammatory demyelinating neuropathy (CIDP) and multifocal motor neuropathy (MMN), representing a useful option or, as in MMN, the gold standard for their ...

Does IVIG affect the brain? ›

Intravenous immunoglobulin (IVIG) protects the brain against experimental stroke by preventing complement-mediated neuronal cell death.

Can IVIG affect the heart? ›

Several cardiac side effects due to IVIGs infusion have been reported including supraventricular tachycardia, hypotension, and bradycardia; however, these are usually rare and associated with an underlying heart disease3.

Is IVIG hard on kidneys? ›

Infusion of IVIG preparations may cause osmotic-induced acute renal failure. Despite the fact that this entity has been reported previously, it is not a widely appreciated complication. A total of 22 reports involving 52 patients in whom renal failure occurred in association with IVIG infusion.

Can IVIG cause blood clots? ›

In addition, IVIG induces platelet activation, increased fibrinogen levels and activation of the serum complement, which may further predispose patients to thrombosis and ischemia.

Why is IVIG not covered by insurance? ›

A health insurer might deny treatment for IVIG if they deem it not medically necessary. Although IVIG may be medically beneficial for a patient, this does not mean it is medically necessary. Several treatments and therapies can treat autoimmune and idiopathic diseases.

How much does Medicare pay for IVIG? ›

| Free IVIG Treatment Info | Difficulty In Diagnosing? Medicare will pay 80% of the drug cost. The other 20% must be covered by a supplemental plan or by the patient.

Is IVIG a high risk medication? ›

Some people worry about contracting a disease through IVIG, since it is made from blood donated by other people. The risk of getting a viral infection from IVIG is considered exceedingly low.

Does IVIG stop inflammation? ›

When administered at a high dose, IVIg inhibits inflammation and has proven efficacy in the treatment of various autoimmune and systemic inflammatory diseases. Importantly, IVIg therapy can ameliorate both auto-antibody-mediated and T-cell mediated immune pathologies.

How does IVIG work in autoimmune disease? ›

Context Intravenous immunoglobulin (IVIG) enhances immune homeostasis by modulating expression and function of Fc receptors, interfering with activation of complement and production of cytokines, providing anti-idiotypic antibodies, and affecting the activation and effector functions of T and B cells.

When does IVIG peak? ›

The IVIG infusion leads to a high peak in serum IgG concentration right after the end of infusion, followed by a rapid fall in the subsequent 48 h, and a slower decline over the next 30 days [9]. A more recently established alternative to IVIG is subcutaneous IgG (SCIG) [10].

When do IVIG side effects start? ›

(26) found that flu-like symptoms account for more than 80% of immunoglobulin-induced adverse effects. These symptoms always occur within the first hour of infusion, and some adverse effects (such as fever or fatigue) may also arise within 24 h.

Does IVIg boost your immune system? ›

One reason you might need IVIG is if your body does not make enough antibodies. This is called "humoral immunodeficiency." The IVIG simply provides extra antibodies that your body cannot make on its own. The antibodies usually last for several weeks to months and help your body fight off a large variety of infections.

How often can you have IVIG infusions? ›

IVIG is typically given every three-four weeks at a dose determined by the prescriber. Infusions can be given in various settings including an inpatient or outpatient infusion suite, physician office, or in the home. IVIG is administered by a healthcare professional, and the procedure is scheduled in advance.

Is it normal to be tired after IVIG? ›

Of those, 6·1% reported feeling fatigue during the infusion, 32·5% after the infusion and 20·6% reported experiencing fatigue both during and after infusion. Fatigue was reported more frequently as a side effect in patients receiving IVIG than in those receiving SCIG [311 (65·1%) versus 206 (52·2%), P < 0·001].

Videos

1. IVIG | intravenous immunoglobulin post- covid syndrome management
(Unleashes The CREATIVITY)
2. IVIG Therapy
(Immune Deficiency Foundation)
3. Antibody | Structure of antibody | Types of Antibody | Immunoglobulin | In Hindi
(Science Explored)
4. All about IVIG (Intravenous Immunoglobulin)
(HealthTree University Myeloma)
5. IVIG - A Beginner’s Guide
(Lucid Med)
6. Immunoglobulin Therapy Overview
(Immune Deficiency Foundation)
Top Articles
Latest Posts
Article information

Author: Margart Wisoky

Last Updated: 12/28/2022

Views: 6161

Rating: 4.8 / 5 (78 voted)

Reviews: 93% of readers found this page helpful

Author information

Name: Margart Wisoky

Birthday: 1993-05-13

Address: 2113 Abernathy Knoll, New Tamerafurt, CT 66893-2169

Phone: +25815234346805

Job: Central Developer

Hobby: Machining, Pottery, Rafting, Cosplaying, Jogging, Taekwondo, Scouting

Introduction: My name is Margart Wisoky, I am a gorgeous, shiny, successful, beautiful, adventurous, excited, pleasant person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.